Achtergrondsituatie

De afgelopen 10-20 jaar is vrijwel al het bos verdwenen in het projectgebied. De boeren praktiseren een vorm van zwerflandbouw waarbij bos wordt gekapt en verbrand, en in de as dan mais en bonen worden geplant. Na twee jaar, als de oogst afneemt, wordt een nieuw stuk bos gekapt en verbrand. Deze vorm van zwerflandbouw kan niet meer toegepast worden simpelweg omdat er geen bos meer over is. Boeren moeten dus de bestaande landbouwgronden op een meer duurzame wijze gaan gebruiken.

Vroeger maakten de mensen een mooi huis van hout en palmbladeren, nu kan dat niet meer omdat het bos bijna is verdwenen.

Het verdwijnen van het bos heeft ertoe geleid dat er nauwelijks nog timmerhout te vinden is voor het maken van meubels of het bouwen van een huis. Palmbladeren voor dakbedekking zijn inmiddels zo schaars en kostbaar geworden dat het goedkoper is golfplaten te kopen. Brandhout begint ook schaars te worden. Dit is een groot probleem omdat vrijwel alle families afhankelijk zijn van brandhout voor het bereiden van de dagelijkse maaltijd. Daarnaast voorzag het bos de mensen voorheen ook van andere nuttige producten zoals vruchten, noten en geneeskrachtige planten die nu niet meer te vinden zijn.

Wat doen wij?

De Stichting Guacamaya heeft  inmiddels drie lesprogramma’s ontwikkeld om kinderen te leren over de waarde van het bos en hen te helpen een eigen bos te planten. De verhaaltjes van de lesprogramma’s zijn compleet verschillend, maar uiteindelijk hebben alle programma’s tot doel de kinderen te helpen een bos te planten. Het eerst ontwikkelde programma heet: Juanito en Maria planten een eigen bos. En beschrijft hoe Juanito en Maria een eigen bos planten en welk een positieve invloed dat bos heeft op het verloop van hun verdere leven. Dit programma (geldt ook voor de andere programma’s) biedt veel mogelijkheden aan de onderwijzer om een eigen invulling te geven aan de verhaaltjes en het programma is ook geschikt voor toepassing in verschillende gebieden zoals rond het nevelwoud. In 2014 is het lesprogramma gegeven in het dorp Chelemha1 en in 2015 in het dorp Chelemha2. In het Chelemha-reservaat  werken we samen met UPROBON. Er wordt inmiddels ook samen gewerkt met de departementale afdeling van het Ministerie van Landbouw, zoals op deze school grenzend aan het Nationale Park Yaxha. Het bos in dit reservaat maakt deel uit van het grootste nog aaneengesloten bos in Guatemala.

Het tweede ontwikkelde programma heet: de avonturen van Pancho de brulaap. Het verhaal beschrijft op speelse wijze het leven van Pancho de brulaap en hoe door menselijke invloed de brulaap met uitsterven wordt bedreigd. Juanito en Maria, die in alle lesprogramma’s voorkomen, besluiten de apen te helpen en een bos te planten zodat zij bosproducten en de apen een plek hebben om te wonen. Het derde lesprogramma heet: het laatste stukje bos. Hierin wordt op speelse wijze beschreven hoe het komt dat 100 jaar geleden de gehele provincie nog bebost was en daar nu op veel plekken nog maar van over is. Het vierde lesprogramma heet: de avonturen van Eva de rode ara. De rode ara wordt helaas met uitsterven bedreigd in Guatemala en komt nog maar in een klein bosgebied tot broeden. Het lesprogramma is uitgevoerd in het dorp Paso Caballos, de gemeenschap die het dichtst in de buurt ligt van het broedgebied.   De lesprogramma’s kunnen in opeenvolgende jaren aan een groep kinderen worden gegeven zodat een doorlopend lesprogramma ontstaat.

Mayakinderen krijgen bamboe en boompjes om een eigen bos en daarmee hun toekomstige huis en meubels  te planten.

Na elk lesprogramma krijgen kinderen een mooi diploma en boompjes en een bamboeplant om een bos te planten of verder uit te breiden. De verhaaltjes zijn gekoppeld aan taal- en rekenopdrachten en daarnaast zijn ook vakken als natuur en artistieke expressie in het programma verwerkt. De verhaaltjes en opdrachten worden door de kinderen zeer gewaardeerd omdat zij zich herkennen in de verhaaltjes en daardoor deze en de opdrachten betekenisvol voor hen zijn. Oudere kinderen kunnen ook deelnemen aan een cursus waarbij zij leren hoe je van bamboe meubels kunt maken. De teelt van bamboe is een kernactiviteit van de stichting omdat bamboe het lokaal erg goed doet en na vijf jaar voor onbepaalde tijd geoogst kan worden. Daarnaast heeft bamboe ook weinig ruimte nodig en is daarmee erg geschikt voor families die weinig grond tot hun beschikking hebben. In 2014 zijn meer dan 1.000 (Maya)kinderen geholpen met het planten van een eigen bos. Inmiddels kunnen de kinderen die als eerste bamboe hebben geplant al bamboe oogsten voor het maken van meubels.

Er is inmiddels ook interesse vanuit andere landen voor de lesprogramma’s van de Stichting Guacamaya. Michael de Groot, die de lesprogramma’s heeft ontwikkeld, heeft in 2015 les gegeven in Nicaragua en hoogstwaarschijnlijk wordt er in 2016 een project opgezet in samenwerking met partners in Nicaragua.